Vergissingsbombardement, Nijmegen 22 februari

Vergist
Het is blijkbaar zo dat ik nog even moet schrijven. Mijn indrukken zijn bijna vervlogen, de beelden die ik zag: weg. Ik wil ze nog even vangen in woorden, omdat ik recht wil doen aan wat was. Alles verschiet in tijd, er blijft me van de dagen niets over dan deze afgevangen gebeurtenissen.

Één: een paar honderd mensen op een binnenplaats, staande in een wijde cirkel rondom een lege schommel. We gedenken een drama uit het verleden, het vergissingsbombardement op Nijmegen. Op een rij stoeltjes kleumen notabelen in de februari kou. De zon schijnt tussen de gebouwen door genade op de paar gezichten die eronder zitten, de burgemeester, al zijn wethouders. Eentje die ik niet mag, blijft in de schaduw.

Ik zie voorzitter zus op eens heel klein tussen de mensen staan. Verderop een stijve voorganger naast een stoere man. Ontroerd zie ik hoe de laatste vertraagd zijn pet af doet. Houdingen worden rechter, blikken gaan van omlaag naar de schommel. Als de klokken luiden, verstomt de blaasmuziek.

We zwijgen. Ik hoor geluiden van de stad die rondom ons verder leeft, terwijl hier het oog van een andere orde open staat en wij er naar de schommel kijken. Monument voor een verdwenen school, eerbetoon aan gesneefde kinderlevens. Een paar honderd volwassenen kijkend in de kuil van hun verloren jeugd. Her en der dringt iemand door de menigte om naar zijn werk te gaan.