Vroege ochtendwandeling door de stad

Zo heb ik de wereld graag: stil en rustig met enkel wat tjilpende vogels. De mensen slapen, de auto’s staan al uren stil. Er is niemand op straat en ik wandel daar, vooraf niet wetend welke kant ik op ga, ik volg mijn buik en benen.

Ik kijk naar de kale takken van een grote boom in een overal ontluikende lente. De takken deinen speels in de wind.

Even verderop, de hoek om: een bont versierde tuin met blauwe ballonnen tussen roze witte bloembladeren van een magnolia. Twee tuinen daarna kantelt de top van een schuine, smalle spar met een knik naar de stoep.

Ik steek zomaar over en sla een weggetje in. Tien passen later houd ik halt voor een electriciteitskastje waar we ooit in drie kleuren een hart op spoten. Alle andere graffiti wordt weggehaald, deze niet.

Het is tijd om naar huis te gaan, op te ruimen.

In de voorkamer slaapt mijn vriendin en ik zit, bij het genot van een kop koffie, stil gelukkig met het simpele wonder van een ontspannen eigenliefde.