Dit heb ik gezien

Vaak voel ik tegenzin om ’s ochtends meteen vanuit mijn bed naar het ontbijt en nieuws te stappen. De mail, de agenda met haar activiteiten. Het staat allemaal ver van me af als ik niet eerst de ruimte neem om op mezelf af te stemmen.

Voor dat moment van innerlijke stilte kom ik het liefste in beweging, naar buiten, uit de bubbel van mijn leven in het grote uitspansel waar alles zomaar gebeurt terwijl ik daar al slenterend rondloop. Geen commentaar of analyse, geen nieuwswaarde, geen directie relatie – niets dan leven dat mij of wie dan ook niet nodig lijkt te hebben.

Het voelt als bidden, luisterend bidden, als ik daar zo rondloop. Ik voel mijn lijf in de beweging, laat alle spanning los en val in mijn voetstappen naar voren zonder dat ik weet waar ik naar toe ga.

Op eens vind ik mij dan leunend terug tegen een lantaarnpaal aan een drukke straat. Ik zie vertraagd een man passeren op een scooter. Zijn blik glijdt over de mijne, de stoep, de auto’s. Hij is weg.

Ik ben als de bomen en de huizen, de lucht en de zon. Ik ben de omgeving die ik anders doorkruis. De solide, vloeiende stad met het ritme van haar verkeerstromen en mensen, de vogels en het groen.

Als het leven ergens gebeurt dan hier en overal waar de gebeurtenissen als haast vanzelfsprekend in elkaar overgaan en weer uiteenvallen.

Het nieuws en mijn activiteiten: commentaar en antwoord. We zijn begin noch einde, iets draagt en stuwt ons. Als ik mij ’s ochtends niet op die kracht afstem, zweef ik wat verloren door de dag. In de richting en in de langzame omwenteling van het fietswiel dat twee straten verder over een kruising langs trekt, herken ik haar oneindig spoor.